|
Factor III (Tromboplastine) is het vervolg op xxx Het stoppen van het stollen, op het juiste moment, gebeurt door een anti-trombose factor. Factor III is zo’n factor. In totaal zijn er drie factoren die deze werking hebben. Dit zijn de factor l, factor ll en factor Alle drie de factoren werken volgens hetzelfde principe. Trombine splits de draden tot een net, net als een pleister op de wond c.q. beschadiging (zie factor I) Blijft factor III doorgaan met ongewild stollen, dan kan een stolsel ontstaan. Factor II zorgt er dan voor dat andere Stollingsremmers bv proteïnes / eiwitten (C en / of S) niet geprikkeld raken door een overdadige werking van factor III. Zou factor ll dit niet doen, dan ontstaat een totaal in de war geraakt systeem. Allerlei overbodige en niet gewenste stolling systemen; worden dan aan het remmen of stollen gezet. Factor II nestelt zich dus als het ware om factor III heen zodra de pleister gevormd is en belet op deze manier dat factor III andere stollingsystemen aan het werk gaat zetten. |