|
Wat is Factor I?
Bij weefsel (ader) beschadiging komt eerst Factor III in werking. Deze geeft factor I de opdracht om trombocyten (kleine bloedcelletjes) in ons bloed uit elkaar te doen laten vallen in duizenden kleine draden. Dit net van draden zwemt dan naar de beschadiging toe om daar een stolling (of te wel plug of korstje) om de beschadiging heen te vormen. Dit is de allereerste poging (meestal succesvol) van ons stollingssysteem om een bloeding te stoppen. Factor I is één van de krachtigste en daarmee ook één van de belangrijkste stollingfactoren.
Als de fibrogeendraden overbodige stolsels vormen bij een beschadiging, dan is trombose het gevolg. Worden er te weinig stolsel gevormd (of een plug of korstje) dan is een bloeding het gevolg.
Factor I is dus heel belangrijk als begin van ons bloedstollingsproces. Maar een verstoorde werking van Factor I betekent niet automatisch dat er iets fout gaat. Als er verder geen stollingsproblemen zijn dan is ons bloedstollingsproces in staat om vanuit een andere stollingsfactor trombine te vormen. Via een andere route is trombine dan toch in staat om bij een beschadiging te komen en dan zo een stolsel te vormen en de beschadiging (bloeding) te stoppen. Pas als er meerdere problemen in ons bloedstollingsproces zijn, krijgt Factor I het zwaar. Als Factor I niet helemaal goed werkt, wordt het niet of maar deels geactiveerd. Een bloeding of een trombose is dan het gevolg. Bij een inactieve factor, zoals Factor I, is het soms veiliger dat het zijn werk helemaal niet kan doen, dan dat het deels geactiveerd wordt. Bij een totale weigering van één inactieve factor slaat ons systeem een paar passen over en activeert een andere factor die ook trombine aanmaakt.
|