Ons lichaam kent 13 stollingsfactoren die ervoor zorgen dat het bloed stolt wanneer dat nodig is. Worden ze niet geremd door een stollingsremmer of komen ze in een te hoge concentratie voor, dan volgt een risico op trombose.
- Fibrinogeen I
-
Factor II; Protrombine II (een vitamine K afhankelijke stollingsfactor) Factor II mutatie is een defect in het protrombine-gen, wat leidt tot verhoogde protrombineconcentraties. Dit geeft tot 4x zoveel kans op trombose.
- Factor III
-
Factor IV; Calcium IV
-
Factor V
-
Factor VI; Accelerine VI
-
Factor VII
-
Factor VIII antihemofile factor VIII (Hemophilia A of anti-hemofiliefactor A)
-
Factor IX
-
Factor X; Stunt Prower Faxtor X (een vitamine K afhankelijke stollingsfactor)
-
Factor XI
-
Factor XII; Hagenamanfaccot VII (Hemophilia C)
Factor XII, XI, IX en VIII zijn instrinsieke stollingswegen. Factor X, V, II en I zijn gezamenlijke stollingswegen.